Drie jaar na de tragische dood van zijn geliefde zoon (uit Story, 5 mei 2004)
Veel mensen zeggen me dat Donald me ziet, maar ik voel niets!

De dood van Donald. We hadden ons voorgenomen om het daar voor één keer niet over te hebben, maar het gesprek is nauwelijks aan de gang of Leo Madder laat de naam van zijn zoon vallen. Bijna drie jaar na het tragische verkeersongeluk, waarbij de getalenteerde jonge acteur om het leven kwam, gaapt de wonde nog altijd even wijd. De tijd is echter meedogenloos. De zon komt elke dag weer op en er moet geleefd en gewerkt worden. “Acteren houdt me overeind”, zegt Leo Madder. “Vergeten kan ik niet, maar mijn werk helpt me even te ontsnappen aan die onophoudelijke maalstroom van gedachten in mijn hoofd.”

Hij verliest zichzelf meteen in de wijnkaart van het Antwerpse restaurant waar we hebben afgesproken. Zijn uiteindelijke keuze lijkt hem te bevallen. “Uitstekend”, gromt hij tevreden, nadat hij het hele ritueel van kijken, snuiven en proeven doorlopen heeft.
Hier is duidelijk een kenner aan het werk.
Leo Madder:
(glimlachend) “Dat zou ik niet durven beweren, maar toegegeven: wijn is al jaren een passie van me. Met een paar vrienden organiseerden we destijds wekelijkse proefavonden. Ik had daarbij het geluk dat sommige van die vrienden over gigantische wijnkelders beschikten. Zo leerde ik ook de grote wijnen appreciëren, die ik als acteur niet zelf kon betalen.
In de vakantieperiodes ging ik daarenboven vaak op reis naar de Franse wijngebieden. Ik heb er niet alleen wijnen geproefd, maar ik werkte ook mee op het veld en maakte kennis met het hele productieproces. En terwijl ik al die kennis assimileerde, legde ik zelf een bescheiden wijnkeldertje aan.”
Moet je dat leren, genieten van wijn?

“Eigenlijk wel, ja. Maar het mag natuurlijk geen opgave worden, anders lukt het niet. Voor mij echter is bezig zijn met wijn een groot plezier. Mijn passie stelt me ook in staat om in het buitenland op een andere manier met mensen in contact te komen. Je begint te praten over wijn, maar je weet niet waar je eindigt.”
Wie een goed glas wijn weet te appreciëren, is over het algemeen ook echte levensgenieter.
“Vroeger was ik dat zeker, maar sinds de dood van Donald ligt dat iets moeilijker. (tilt zijn glas op) Wat niet wegneemt dat ik dit aperitief nog steeds bijzonder lekker vind. Aan mijn zintuigen mankeert immers niets, maar het genieten op zich wordt wel beetje overschaduwd.”
Je bent een deel van je levensvreugde kwijt?

“Ja, maar ik blijf ademen, ik word nog steeds iedere morgen wakker en ik eet en drink nog altijd even graag. Ik heb alleen zoveel verdomde spijt dat Donald er niet meer bij kan zijn, dat ik hem morgen niet kan opbellen om hem te vertellen hoe lekker ik hier vanavond wel gegeten heb. Dat is met alles zo. Telkens is er weer die behoefte om mijn ervaringen met hem te delen en te luisteren naar zijn belevenissen. Donald en ik hadden een heel intense band, een band die op een absurde, stompzinnige manier verbroken werd.”
Ik hoor het de mensen wel eens zeggen: ‘Een kind verliezen is het ergste dat je kan overkomen’. Hoe goed ze het ook bedoelen, de meesten snappen waarschijnlijk niet hoeveel pijn en verdriet achter zo’n boutade schuilgaat.

“Ik geloof niet dat je over dat soort dingen moet praten in de vergrotende of overtreffende trap. Woorden als erger of ergst wil ik zelfs niet in de mond nemen. Stel dat ik een gebroken been heb en jij verbrandde je vingers. Gaan we dan onze pijn vergelijken? Dat gebroken been is objectief gezien de zwaardere kwetsuur, maar misschien ervaar jij jouw gebroken vinger wel als het allerergste dat er is. 
Kijk, het is erg, voila! Wat mij overkwam is gruwelijk en ik wens het niemand toe.”
Een afschuwelijk beroep

Acteren blijft, ondanks alle ellende, een van de drijvende krachten in je leven.
“
Absoluut. Het soort werk dat ik doe, is voor mij echt een geschenk. Ik heb daar altijd al een enorm genoegen aan beleefd. Na de dood van Donald kwam daar nog een andere dimensie bij: acteren houdt me recht. Vergeten kan ik niet – die mallemolen hierboven blijft voortdurend draaien – maar dankzij mijn werk kan ik er even uitstappen en ontsnappen. En het genoegen blijft. Samen met andere mensen iets maken, is voor mij het mooiste wat er is.”
Een journalist tekende ooit volgende uitspraak uit jouw mond op: ‘Spelen is het heerlijkste wat er is, maar acteren is een afschuwelijk beroep’.

“Klopt. Spelen kan je alleen of in beperkte kring doen, maar acteren doe je in de buitenwereld, binnen een bepaald maatschappelijk verband. De vraag is: wat is dat verband dan? Bij de oude Grieken was zowel het spelen als het acteren fantastisch. Het theater had immers een duidelijk functie in hun leefwereld: het was de plaats waar problemen onder de aandacht werden gebracht. Vandaag is dat anders. Wat je met theater doet, en waarom en met wie, is ondergeschikt aan het hoe. Sommige producties worden tegenwoordig nog voor de eerste repetitie de grond in geboord, en dat alleen maar omdat de makers niet tot het juiste clubje behoren. Dat geldt trouwens ook voor televisie. De hypes die men creëert, zijn belangrijker geworden dan het product. In die zin is acteren inderdaad een hel. Er zijn te veel factoren waar je geen vat op hebt. Acteren blijft in dit land bovendien een totaal ondergewaardeerd beroep. Je moet eigenlijk goed gek zijn om het hier nog te willen uitoefenen.”
Wat heeft jou ertoe aangezet om in dit vak te stappen?

“Ik was een kind van mijn tijd. Begin jaren ’60, toen ik 14 of 15 was en moest uitmaken wat ik met mijn leven wou aanvangen, besloot ik dat ik de wereld zou verbeteren. Het theater was voor mij het meest adequate medium om dat te doen.”
Je wou met andere woorden een boodschap brengen.
“Inderdaad, een boodschap van liefde.De liefde in al haar facetten was zo’n sterke kracht, dacht ik, dat we een betere wereld zouden krijgen als ze door iedereen ten volle werd beleefd. Een wereld zonder haat, afgunst, hysterie en religieuze waanzin.”
En? Heb je je droom kunnen realiseren?

(lacht) “Nee. Ik heb niet alleen het medium, maar ook mijn bijdrage daaraan – en ja, ook de mens – verkeerd ingeschat. Eigenlijk had ik me over de hele lijn vergist. Ik ben nu 57 en de wereld is nog geen kloten verbeterd. (lacht) En ik die in mijn hoogmoed dacht dat ik de mensen kon veranderen.”
Desondanks geniet je nog steeds van het acteren.

“Ja, want ik ben en blijf een speler. In wat ik daarnet zei, zou je misschien een zekere bitterheid kunnen vermoeden, maar ik relativeer alleen mijn vroegere hoogmoed. Kijk, ik ben nu zo’n vier jaar met Spoed bezig en ik besef heel goed dat wat ik in die reeks doe slechts entertainment is. Maar weet je wat? Misschien is ook dat wel een vorm van liefde. Ik leerde me tevreden te stellen met de wetenschap dat ik elke week zoveel honderdduizenden kijkers de gelegenheid bied om zich via dat programma even te ontspannen. Dat ik hen dat kan geven, is een daad van liefde. En af en toe is het allemaal nog zinvol ook. Vorige week nog ontmoette ik een jongetje dat zijn zusje had gered van een Co-vergiftiging. Dat was helemaal geen heldendaad van mij, hoor, zei hij. Ik wist wat te doen, omdat ik naar Spoed kijk. (glimlach) Ja, dan hebben we met zijn allen potverdomme ook nog een leven gered. Alleen al daarom waren de voorbije vier jaar de moeite waard. 
We moeten daar geen onzin over verkopen: natuurlijk is Spoed een commercieel product, maar als ik ’s avonds bij mezelf kan zeggen: Die twee minuten, in die ene scène die we vandaag draaiden, dat hebben we toch goed gedaan. Tja, dat is dan goed thuiskomen.”
Word je het op de duur toch niet een beetje beu om steeds weer in de huid van dr. Luc Gijsbrecht te kruipen?

“Na 32 jaar in het theater, met tussendoor uitstapjes naar film en tv, is dit eigenlijk de allereerste keer dat ik me gedurende langere tijd met hetzelfde personage kan bezighouden. En dat wou ik ook wel eens ervaren. Ik beleef nog steeds heel veel plezier aan Gijsbrecht, gewoon omdat ik me nog iedere dag over hem verbaas. Ik ken hem nog altijd niet door en door.”
Wat ben ik meer dan een ander?

Nogal wat acteurs klagen over hun onzekere bestaan.

“Op dat vlak ben ik erg geprivilegieerd geweest. Ik was meer dan drie decennia lang verbonden aan een groot gezelschap, de Antwerpse KNS, waarbinnen ik me heb kunnen profileren als acteur en regisseur. Pas toen de KNS werd opgedoekt, om plaats te maken voor Het Toneelhuis, kwam ik in een situatie terecht waarin tal van mijn collega’s al jaren zaten. Ineens moest ik van dag tot dag gaan leven en hopen dat iemand mijn neus of ogen leuk vond. Want dat leer je dan al snel: tal van andere factoren - de milieus waarin je vertoeft, je uiterlijk… - wegen vaak zwaarder door dan de kwaliteit die je als acteur kunt brengen. Komt daar nog bij dat Vlaanderen tegenwoordig 2000 professionele acteurs telt, terwijl er hooguit werk is voor een paar honderd.”
Gaat talent op de duur toch niet bovendrijven?

“Een mooie gedachte, waaraan je je dan maar moet vastklampen. Want als je daarin niet meer gelooft, hou je er gewoon mee op. Het tegendeel wordt nochtans vaak bewezen. Ik herinner me nog dat Donald, die een fantastisch acteur was, van de VRT de kans kreeg om Zomerliefde te presenteren. Dat was niet meer dan een zomers flutprogramma met wat korte gesprekjes, maar Donald deed dat schitterend. Die jongen straalde zo’n warmte en generositeit uit, perfect gewoon. Weet je wat hij daarna te horen kreeg? Sorry, we gaan je toch geen presentatieopdrachten meer geven, want jij bent niet in staat om diepte-interviews af te nemen. Diepte-interviews in Zomerliefde? Komaan, zeg! (zachtjes) En later, toen Donald er niet meer was, haalden ze de loftrompet boven. Ach, wat een ongelooflijk talent is er aan die jongen verloren gegaan. We hadden nog zoveel projecten voor hem in petto…” (verontwaardigde stilte)
In 1996 kon je samen met Donald een tijdlang in Thuis acteren. Voordien had je het medium televisie jarenlang links laten liggen.
“Toen ik in de tweede helft van de jaren ’70 bij de KNS de kans kreeg om te gaan regisseren, nam ik bewust de beslissing om geen tv meer te doen. Ik wou eerst het regisseursvak, dat nieuw voor me was, in de vingers krijgen. Jaren later groeide echter toch weer het verlangen om het kleine scherm, dat ik zo lang verwaarloosd had, opnieuw op te zoeken. En dan deed zich ineens die fenomenale kans voor: ik kon samen met Donald in Thuis stappen. Wat een belevenis! Ik had voordien al met mijn zoon op de planken gestaan, en toen was ik blij dat ik hem kon laten profiteren van mijn ervaring. Nu deed zich het omgekeerde voor en kreeg ik ineens zoveel van hem terug. Donald was erg begaafd op televisiegebied.”
Donald leerde je ook omgaan met de soms beate bewondering van het publiek voor mensen die op televisie komen.

“Ik herinner me nog de tijd dat Donald meespeelde in Familie. Dat was in de beginjaren van de Vlaamse soap, van Thuis was toen nog geen sprake. Alleen al samen met mijn zoon over straat lopen, vond ik toen een verschrikking. Geen seconde werd hij met rust gelaten. Maar Donald zei: Ach papa, dat hoort er bij. Je wuift gewoon even, je glimlacht. En het is voorbij. Ook op dat vlak had hij zo’n onwaarschijnlijke naturel. Daar heb ik heel wat van geleerd. 
Ik blijf het er echter moeilijk mee hebben. Toen ik nog theater speelde, vond ik het ook al een probleem om na de voorstelling het publiek te komen groeten. Oké, het hoort erbij, maar aan de andere kant: als ik een prachtige tafel koop, dan staat die meubelmaker daar toch ook niet naast om een buiging te maken? Er zijn wijken in Antwerpen waar ik, sinds ik voor tv werk, niet kan komen zonder dat 80% van de mensen naar me wijst of goeiedag roept. Maar waarom, vraag ik me af? Wat ben ik méér dan die mensen? Zij doen toch ook hun werk? Soms zou ik graag iets terugroepen, maar dat kan niet, want ik weet niet wat die mensen doen. 
Je zou eens moeten weten hoe vaak er naar me geglimlacht wordt op straat. Niet te beschrijven! Dan denk ik: maar glimlach nu toch ‘ns naar iedereen! We zouden er een veel mooie wereld aan overhouden. Die glimlach doet me dus in feite een beetje pijn. Als ik morgen niet langer bekend ben, dàn zou ik graag hebben dat men naar me glimlacht, gewoon omdat ik mens ben.”
Ik zie niets, ik hoor niets…

Nemen de opnames van ‘Spoed’ al je tijd in beslag?

“Tot hiertoe wel, ja. De opnameperiodes sloten de voorbije jaren altijd mooi bij elkaar aan. Begin dit jaar hebben we voor het eerst 2.5 maand stil gelegen. De huidige opnames lopen nog tot 10 juli. Als er dan nog een bijbestelling voor een volgende reeks komt - wat waarschijnlijk is, maar nooit zeker - beginnen we zeker niet voor november of december opnieuw te draaien. Voor het eerst in mijn leven kijk ik dus aan tegen een half jaar waarin ik niet kan werken. Dat is een probleem. Niet alleen financieel – wie in ons land een hoofdrol in een serie speelt, verdient immers geen fortuinen - maar ook omdat het idee niets te kunnen doen me erg afschrikt. Sinds Donald er niet meer is, heb ik echt zoiets van: Laat me alstublieft bezig blijven, zodat het hier van boven niet weer begint te malen.”
Moet een acteur van mensen houden?

“Ik kan natuurlijk alleen maar voor mezelf spreken, maar ik heb ze in ieder geval nodig. Ik hou immers van communiceren en dingen uitwisselen. Daardoor groei je als mens. Daarom ligt het verlies van Donald ook zo moeilijk. Veel mensen zeggen me dat hij me ziet en volgt, dat er nog een ander leven na dit leven is… Maar ik zie niets, ik hoor niets, ik voel niets! Dat is de beperking waarmee ik moet leven.”
Je vindt geen troost in de idee dat dit leven niet het einde is?
“Als dat al zo zou zijn, wat ben ik daar dan hier en nu mee? Wat moet ik bijvoorbeeld met het idee van reïncarnatie? Moet ik geloven dat Donald herboren is of dat zal worden? Maar dan moet iemand toch al zijn herinneringen uitwissen? Want als mijn zoon morgen in Zuid-Afrika herboren wordt en hij herinnert zich nog mijn bestaan, en dat van zijn zus en zijn kinderen, dan komt hij toch onmiddellijk hier naartoe gerend? (hoofdschuddend) Ik krijg daar kop nog staart aan. Mensen die daar troost in vinden, prijs ik gelukkig, maar ik kan het gewoon niet. Het enige waar ik bij kan, is de waanzin van Donalds dood. (maakt een hakbeweging met de hand). Tjak, gedaan!”
Is elke vorm van spiritualiteit je vreemd?

(nadenkend) “Ik beschik misschien wel over een bepaalde vorm van kosmisch denken, in die zin dat ik geloof in een energie die op een veel hoger plan dan het aardse functioneert. Stel me daar verder echter geen vragen over. Het is meer een gevoel dat er op het niveau van energie krachten en wetten bestaan, waarin wij mensen moins que des poussières zijn, niet meer dan sterrenstof. Ach, misschien probeer ik me daarmee wel te troosten. Wat voor zin heeft dit alles anders? Wat voor zin heeft het dat Donalds kinderen, zijn moeder en ik zoveel pijn hebben?”
Ben je een man die risico’s neemt in het leven?

“Alleen op het vlak van mijn werk. Voor de rest ben ik een heel klein jongetje, dat hunkert naar genegenheid en bang is voor pijn. Of nee, misschien moet ik zeggen dat ik dat was. Ik denk dat er iets veranderd is na Donalds dood. Nu heb ik meer iets van: Who the fuck cares? Als het morgen gedaan is, dan is dat maar zo.”
Zijn er dingen in je leven waar je echt op trots bent?

(pijnlijke grimas) “Trots, wat een gruwelijk woord. Maar goed, er is wel iets: ik ben fier op het feit dat een aantal mensen met plezier met mij hebben gewerkt en dat morgen ook opnieuw zouden doen. En ik ben trots op Donald en op mijn dochter Nastja, een fantastisch vrouwtje en een wonderlijke juwelenontwerpster, die me binnenkort trouwens een derde kleinkind schenkt. Uiteraard ben ik ook heel blij met mijn Zoë en Zeno, de tweeling van Donald. Die twee, dat zijn mijn vriendjes. Een prachtig geschenk dat mijn zoon me heeft nagelaten…”

Tekst: Geert Huysman