“Van Jommeke moeten ze afblijven!”

0277.jpg

Foto Geert Huyman

“Ik zou eigenlijk in een hangmat onder een palmboom willen gaan liggen, maar dat ventje met zijn strooien dakje laat me maar niet met rust.” 78 is hij intussen, maar ‘Jommeke’-tekenaar Jef Nijs kan zijn papieren zoon niet loslaten.

Onberispelijk witte huizen, hoge bomenrijen: de Wilrijkse villawijk waar Jef Nijs zijn tenten heeft opgeslagen, doet ons onwillekeurig een beetje aan Zonnedorp denken. Geen twijfel mogelijk, het moet hier heerlijk wonen zijn. Jo, Jefs tweede echtgenote, laat ons glimlachend binnen. De man zelf staat midden in de woonkamer… de broek losgeknoopt, zijn ene arm in een pas gestreken hemd. “Tja, de vrouw wil per se dat ik andere kleren aantrek voor de fotosessie”, verwelkomt hij ons vrolijk.
“Je moet er toch een beetje proper op staan, hé Jef”, foetert Jo vriendelijk. Terwijl de fotograaf zijn werk doet, ontfermt de vrouw des huizes zich over een uitgeputte duif, die in de tuin is neergestreken. “Arm diertje”, zucht ze medelijdend.
“Duivenmelkers zetten meestal hun telefoonnummer op een van de vleugels”, weet Jef. “Als we dat vinden, kunnen we de eigenaar bellen.” Geen van beide maakt echter aanstalten om het beestje te vangen. Jo verdwijnt in de keuken om koffie en versnaperingen te halen,
Jef slaakt ondertussen een welgemeende zucht.
“Ze laten me de laatste tijd geen moment met rust”, vertelt hij. “Jommeke viert op 30 oktober zijn vijftigste verjaardag en dat zal ik geweten hebben! Twee weken geleden heb ik zelfs even een slaptitude gekregen, zo erg is het. Ik zeg je, ik zou er heel wat voor over hebben om een weekje of twee te kunnen uitblazen op een of ander paradijseiland.
Jo kijkt niet erg overtuigd. “Eigenlijk wil hij helemaal niet op reis gaan”, zegt ze goedmoedig.
“Ja jong, het is ook zo druk”, antwoord haar man schouderophalend. “Vorig jaar was het ook al zo, maar toen konden we er toch nog een weekje tussenuit knijpen. Ik vrees dat het ons dit jaar niet zal lukken. De telefoon staat hier niet stil. Ik denk dat ik alle kranten en tijdschriften intussen al over de vloer heb gehad. Onlangs zat ik ook in Zomer 2005, de talkshow van Jan Leyers. Ik heb daar voor het eerst Arno ontmoet. Ik kende die man niet, maar het schijnt een beroemd zanger te zijn. (grinnikend) Zat dat hij was, jong! Ik vertelde in die uitzending dat de mensen eens wat meer van een simpele zonsondergang zouden moeten genieten. Het is gratis en elke avond anders. Dat vond die Arno blijkbaar heel schoon gezegd. Ineens sprong hij op me af en begon me te zoenen. Er kwam zo’n dikke drankwalm op me af. (lacht) Dat was trouwens de allereerste keer in mijn leven dat ik door een vent gekust ben. Maar wat die kerel zingt: dat is toch maar wat roepen en hijgen in de micro? Muziek is dat niet. Als ik zoiets hoor, moet ik onwillekeurig denken aan de ondergang van het Romeinse rijk. (lacht) Allez, waar gaat de wereld toch naartoe, jong? Genieten, genieten en nog eens genieten, daar draait het tegenwoordig allemaal om. In de oorlog kon dat niet, hoor. Toen hadden de mensen helemaal niets.”
Jommeke verandert niet
“Ja, ik weet het de wereld is veranderd. Alleen Jommeke is dezelfde gebleven. Nou ja, grotendeels dan toch, want hij telefoneert tegenwoordig ook met een gsm. (lacht) Toch zal hij fundamenteel nooit anders worden. Dat heb ik laten vastleggen in mijn testament. Van Jommeke moeten ze afblijven. Nou ja, als ze me straks in mijn put steken en ze veranderen er toch een en ander aan, zal ik het nooit weten.
Het begint stilaan tot me door te dringen dat ik intussen al een halve eeuw met Jommeke bezig ben. Neen, natuurlijk kijk je niet zover vooruit als je aan zo’n stripreeks begint. Ik herinner me dat ik na een jaar of twee, drie zelfs schrik begon te krijgen. Verdorie, kan ik dat hier wel blijven volhouden? Vergeet niet dat ik alles alleen deed: ik verzon de verhalen, schreef de scenario’s en maakte de tekeningen. Ik werkte zeven dagen op zeven, want elk jaar moest ik vier tot vijf albums klaar hebben.
Sinds een jaar of twintig heb ik gelukkig twee tekenaars in dienst. Vandaag zijn zij het die de Jommeksverhalen maken. De ene slaagt er al wat beter in dan de andere om mijn stijl te benaderen, maar ik ben tevreden met hun werk. Denk nu niet dat ik op mijn lauweren rust, want alles wat zij maken gaat achteraf nog eens door mijn handen. Er wordt geen tekening of tekstballon gepubliceerd, die niet eerst door mij is goedgekeurd. Ik blijf alles nauwgezet controleren. Het is tenslotte nog altijd mijn naam, die op de cover van de albums staat, hé.
Je zou het misschien niet zeggen, maar voor een ander is het vaak heel moeilijk om Jommeke te tekenen. Dat komt omdat het figuurtje zo simpel is. Alles verhoudingen moeten precies kloppen. Maak dat neusje iets te groot en Jommeke is Jommeke niet meer. Ik heb destijds op de academie natuurlijk nog echt leren tekenen. Dat is vandaag de dag niet meer het geval. Mijn oudste dochter heeft Plastische Opvoeding gestudeerd, maar als je het mij vraagt, heeft ze niet bijster veel geleerd op school.”
Hoe een dubbeltje rollen kan…
“Ik ben niet onder de indruk van wat kunstenaars vandaag de dag presteren. Panamarenko? Je denkt toch niet dat zijn werk over honderd jaar nog in het Museum voor Schone Kunsten zal staan! Dat is toch truut in pakskes wat die man maakt. Trouwens, zijn creaties werken niet eens. Dat is niet zoals mijn Straalvogel, hé. Wist je dat ze op de Leuvense universiteit van plan zijn om een schaalmodel van dat toestel echt te doen vliegen? Ik ben benieuwd hoever ze daarmee staan. De echte Straalvogel vliegt op waterkracht, maar zij willen ook nog perslucht gebruiken. Volgens mij moet het hen lukken. Actie is gelijk aan reactie, hé.
Ik heb inderdaad nogal wat uitgevonden in de loop der jaren. Eerlijk gezegd, nu zit ik wel een beetje strop. Ik zou niet weten wat ik nu nog moet verzinnen. Je moet al die technische hoogstandjes natuurlijk met een flinke korrel zout nemen, maar het ging toch altijd om dingen die min of meer mogelijk waren. Ik heb mijn hoofdfiguren nooit naar het verleden laten reizen, want dat is nu net iets dat echt niet kan. Techniek fascineert me. Ik wou vroeger ingenieur worden, maar een mens maakt zijn leven zelf niet, hé. Je rolt van het een in het ander en voor je het weet is er een halve eeuw voorbij.
Het waren mijn onderwijzers op de technische school, die me ertoe hebben aangezet om kunstonderwijs te gaan volgen. Hoe dat kwam? Ik had op een dag enkele karikaturen getekend van de uitvinders van de elektriciteit – Ohm, Watt en Volta – en daar waren ze ontzettend onder de indruk van. Tja, wat doe je dan als jonge snotter? Ik dacht: als zij vinden dat ik kunstonderwijs moet doen, zal het wel waar zijn, zeker. (lacht) Een artiest kon in die tijd het zout op zijn patatten niet verdienen, maar toch wist ik mijn moeder te overtuigen. Zo is het allemaal begonnen.”
Moeder aan de haard
“Ik besef dat ik veel geluk heb gehad. Toen ik in het vak begon, was het nog mogelijk om door te breken. Als ik vandaag met mijn tekeningen naar een uitgever zou stappen, maakte ik geen schijn van kans om gepubliceerd te worden. Ik herinner me dat we in de jaren ’70 eens naar Dargaud, de grootste Franse stripuitgeverij, zijn getrokken. Het plan was om met Jommeke ook in Frankrijk door te breken. Weet je wat ik daar te horen kreeg? Mooie reeks, meneer Nijs, maar we zijn niet geïnteresseerd. Er wordt niet gevochten in uw strips. Is dat niet erg? Van kleinsaf moeten kinderen blijkbaar opgevoed worden met geweld, terwijl het ook anders kan. Jommeke is hier in Vlaanderen al vijftig jaar een succes, zonder geweld. Dat was van in het begin een heel bewuste keuze van me. In die halve eeuw zijn er in de hele reeks welgeteld drie uppercuts uitgedeeld. Zelfs de slechteriken zijn nooit door en door slecht. Zo’n boef als Anatool wil misschien wel snel rijk worden, maar het is geen moordenaar, hé.
Ik heb in de loop der jaren heel wat kritiek gekregen. Stel je voor, een stripreeks waarin moeder aan de haard staat! Kon het ouderwetser? Maar de criticasters vergeten dat ik ook vrouwelijke personages heb gecreëerd, die wel degelijk hun mannetje kunnen staan: de avontuurlijke madam Pepermunt, gravin Stiepelteen, die haar man stevig onder de knoet houdt… Trouwens, is dat zo slecht, een moeder aan de haard? Ik heb nooit anders gekend en ik durf wedden dat heel wat vrouwen er direct zouden voor kiezen als ze de kans hadden.”
Kinderen baas
“Wat mijn kinderen ervan vonden om samen te wonen met de geestelijke vader van Jommeke? Voor hen was dat niets bijzonders, hé. Ze zagen me er elke dag aan bezig. Mijn zoon en drie dochters waren mijn testpubliek. Na school kwamen ze benieuwd kijken welke avonturen Jommeke die dag beleefd had. Als ze maar lauwtjes reageerden, wist ik dat ik opnieuw mocht beginnen. (lacht) Dat is intussen ook alweer heel lang geleden natuurlijk. Ik heb inmiddels zes kleinkinderen en één achterkleinkind. Mijn zoon heeft destijds nog de hoofdrol gespeeld in de verfilming van De Schat van de Zeerover. Ik heb die film helemaal in mijn eentje gedraaid. Nachtenlang heb ik zitten monteren! Het resultaat was niet meer dan verdienstelijk amateurswerk, maar de prent kende toch een bescheiden succes. Ik schat dat zo’n 30.000 kinderen de film hebben gezien. Hij werd onder meer op scholen vertoond. Of er een verband is, weet ik niet, maar het jaar daarop was de oplage van Jommeke verdubbeld!
Studio 100 is nu van plan om Kinderen Baas te verfilmen. Daar ben ik blij om, want ik vind het zelf mijn beste verhaal. Binnenkort ga ik met die mannen rond de tafel zitten. Ze zullen er iets goeds moeten van maken. Als het niet naar mijn goesting is, gaat het project niet door. Zo simpel is dat. Met zo’n flop als die Kiekeboe-film van enkele jaren geleden, zou ik niet kunnen leven. Wat die cineast daar van gemaakt had! Niemand begreep er een snars van.
Elke dag weer sta ik ervan versteld hoe snel de jaren voorbij zijn gevlogen. Toen ik nog voor Het Pallieterke werkte, zei een van de redacteurs me ooit: Hoe oud ben jij? 26? Profiteer ervan, want morgen ben je 45. Hij had verdorie nog gelijk ook, want voor ik het goed en wel besefte was het zover. En ondertussen nader ik al de tachtig. Het is inderdaad allemaal zo voorbij.Of het niet stilaan tijd wordt om wat meer van het leven te genieten? Ik wou dat ik dat kon, maar dat mannetje met zijn strooien dakje blijft me dag en nacht voor zich opeisen. Ik ben er gewoon altijd mee bezig. Er waren nog heel wat andere dingen die ik in mijn leven had willen doen, maar dat heeft hij verhinderd.
Zie je dat lege stuk muur achter je? Daar had ik zelf een mooi schilderij willen voor maken. Ik weet dat ik dat kan, maar heb er gewoon nooit de tijd voor gevonden. Het zal er nu wel nooit meer van komen. Toegeven, dat ligt voor een stuk ook aan mezelf. Ik wil Jommeke gewoon niet loslaten. Ik heb zo’n schrik dat ze dat ventje gaan verprutsen. De dag dat ik mijn ideale opvolger tegen het lijf loop – een tekenaar die geen begeleiding nodig heeft en perfect weet hoe hij Jommekesverhalen moet schrijven – ga ik direct onder een palmboom op het strand liggen. Spijtig genoeg heb ik die witte raaf nog altijd niet ontmoet.”

Tekst: Geert Huysman
Verschenen in Story (10/08/2005)