juni 23, 2007
“Ik ben nu iets banger voor de dood”

Foto: Zuidpark, Gent - © Geert Huysman
Zeventig worden, is lang niet het begin van het einde. De Nederlandse cabaretier Paul van Vliet vierde deze belangrijke mijlpaal met drie nieuwe dvd’s, een cd én een boek en nam vervolgens vol vertrouwen een nieuwe start. “En nu de rest van mijn leven!”
Hij is wat ouder geworden, wat taniger, maar het theaterbeest met de wilde haardos en de doordringend blauwe ogen heeft nog niets aan charme ingeboet. Wie hem hoort praten, langzaam en doordacht, met een stem die resoneert van emotie en mededogen, raakt onwillekeurig onder de indruk van deze man, voor wie het leven schijnbaar nauwelijks nog geheimen heeft.“Ik heb nooit eerder mijn verjaardag gevierd, maar voor mijn zeventigste wilde ik toch een uitzondering maken. Dit was het juiste moment om een round-up van mijn leven te maken. Ik zie dit niet als een afscheid, maar eerder als een markeerpunt. De rest van mijn leven begint nu. Ik ga heus nog niet met pensioen. Ik blijf schrijven en optreden, maar wil niet meer dag in dag uit kriskras door Nederland reizen met een grote show. Vijfenveertig jaar lang stond ik op de planken, in een soort roes waaruit ik nu ben ontwaakt. Ik hou nog steeds erg veel van dat prachtige vak van me, maar ik bedank voortaan voor de minder prettige bijverschijnselen.”
Is Paul van Vliet een tevreden man?
Paul van Vliet: “Ja, en nog méér sinds ik zeventig geworden ben. Het was echt goed om die verjaardag te vieren, want daardoor is me duidelijk geworden wat ik voor een heleboel mensen beteken. Dat krijg je anders nooit te horen, tenzij misschien op je begrafenis en dan heb je er natuurlijk niets meer aan. Dierbare collega’s hebben op mijn verjaardagsfeestje voor me opgetreden, en van vrienden en familie kreeg ik een liber amicorum, een boek waarin staat hoe ze over me denken. Dat vond ik echt aangrijpend. Zoals ik die avond in mijn dankwoord al zei: Dit is echt een droomstart voor de rest van mijn leven.”
Tijd om in de haven te blijven
En wat wilt u precies aanvangen met de jaren die u nog resten?
“Ik blijf bezig. Het ligt niet in mijn aard om te zitten niksen. Ik werk intussen al dertien jaar voor Unicef en ga dat nu nog intensiever doen. Af en toe geef ik nog wel eens voorstelling. Net zoals dat de voorbije jaren reeds het geval was, gaat de opbrengst dan volledig naar Unicef.Ik hoop ook nieuwe kanten in mijn schrijverschap te ontdekken. Misschien dat ik voortaan wat verhalender ga schrijven. Wie weet ga ik die teksten dan ook voorlezen in het theater.”
U kunt de bühne blijkbaar niet missen.
“Weet je, ik heb de laatste tijd aan heel wat mensen de vraag gesteld, wat ik moet gaan doen. Een vriend van me deed zijn ogen dicht zei: Ik zie je in een kleine zaal op het podium zitten, met een sprookjesboek op je schoot. Misschien is dat inderdaad wel de nieuwe richting die ik insla. Ik heb er de leeftijd en de stem voor en niemand anders doet het nog. Echt groots wil ik het allemaal niet meer aanpakken. Daar heb ik geen zin meer in.Trouwens, ik wil ook meer tijd vrijmaken voor mijn vrienden en familie. Die hebben me in de loop der jaren vaak gespaard, omdat ik het nu eenmaal zo druk had. In het laatste traject van mijn leven hoop ik in evenwicht te komen met mijn vrouw, mijn leven en misschien zelfs met God, mocht hij bestaan.”
45 jaar lang was u bijna voortdurend op tournee. U hebt zichzelf wel eens vergeleken met een zeeman, die van haven naar haven zwalpt. Gaat zo’n leven op de duur niet doorwegen?
“Neen, ik heb net erg veel van dat leven gehouden. Het past ook in mijn aard. Er zit een grote onrust in mij. Voor zo’n woelige natuur als ik was het net goed om veel te verkassen. Dat rondreizen was ook onderdeel van de roes waarin ik leefde. Het was mijn werkelijkheid en het was het liefste wat ik deed. Maar ik moet onderhand wat meer de diepte in, denk ik. Na vijfenveertig jaar wordt het tijd om in de haven te blijven en te kijken naar de andere schepen die uitvaren.”
Gaat dat u wel lukken? Een oude boom kan je niet verplanten, zeg een spreekwoord, maar wat met een oude boom die nooit wortel schoot?
“Tja, dat zal nog moeten blijken. Dat is meteen ook het spannende van de zaak. Het zal in ieder geval niet vanzelf gaan. Ik zal heel wat dingen moeten loslaten. Mijn creativiteit is er in ieder geval wel nog. De fantasie blijft twinkelen. Dat is en blijft mijn levenssap. Zolang mijn bovenkamer maar goed blijft functioneren, zal ik dus nog heel wat mooie dingen kunnen doen.”
Uit de klauwen van de dood
Maakte uw publiek ook deel uit van die roes, waarin u jarenlang leefde?
“Wat het publiek voor je voelt, mag je zeker niet verwarren met echte liefde. Maar er wordt natuurlijk wel op een bepaalde manier van je gehouden. Als artiest kan je verslaafd raken aan het applaus. Je kan jezelf wijsmaken dat je niet zonder kan, maar applaus vult natuurlijk nooit het echte verlangen op. Je wil er ook voortdurend meer van, want de kick wordt steeds kleiner.En op de duur word je het gewoon. Als je dan niet uitkijkt, word je al snel verwaand.”
U maakte in de loop der jaren heel wat hoogtepunten mee, maar er waren ongetwijfeld ook minder prettige ervaringen.
“Uiteraard, dat mijn eerste vrouw en ik van elkaar gescheiden zijn, zie ik bijvoorbeeld nog altijd als een groot drama. Je begint niet aan een huwelijk met de bedoeling om weer uit elkaar te gaan. Ik was zo fortuinlijk om later een nieuw leven te kunnen opbouwen aan de zijde van een andere vrouw. Ik ben heel gelukkig met Lidewij, mijn tweede echtgenote. Zowel zij als haar twee kinderen hebben mijn leven enorm verrijkt. Ik heb in de loop der jaren ook heel wat mensen verloren: goede vrienden van mijn leeftijd, maar in de eerste plaats natuurlijk mijn ouders. Gelukkig heb ik nog heel veel met hen kunnen uitpraten. Er zijn maar weinig dingen tussen ons, die onopgelost zijn gebleven.”
U hebt zelf ook meer dan eens de dood in de ogen gekeken.
“Mijn lijf heeft inderdaad een paar fikse tikken gekregen. Een gezwel heeft me een van mijn nieren gekost. De tumor was gelukkig goedaardig, maar even zag het er heel slecht uit voor me. Een andere keer viel ik op een dag in zwijm. Toen ontdekte men pas op het allerlaatste nippertje dat ik een longontsteking had. Daar ben ik enorm van geschrokken. Zo kan het dus ook besefte ik. Ineens kan het me je gedaan zijn.Een derde keer werd een operatie aan de knie me bijna fataal. Na de ingreep had ik wat teveel morfine tegen de pijn gevraagd en ineens ging mijn hartslag naar beneden. Met kunst- en vliegwerk hebben ze me die dag nog net uit de klauwen van de dood kunnen halen. Het gevolg is dat ik wat schrikachtig ben geworden. Ik ben niet bang geworden om te leven, maar toch iets banger voor de dood.Maar weet je, er waren ook andere dieptepunten in mijn leven. Al die keren dat ik mensen verdriet heb gedaan, bijvoorbeeld. Het is gelukkig niet vaak gebeurd, maar ik heb op dat vlak onherstelbare fouten gemaakt. Soms heb ik te lang gewacht en waren die mensen er niet meer om het goed te maken. Je moet nooit boos gaan slapen, heet een van mijn liedjes. Daar had ik mezelf moeten aan houden. Tja, soms word je door een van je eigen teksten ter verantwoording geroepen.”
Touwtje uit de brievenbus
Waar ben u zelf het meest aan verknocht: aan uw komische typetjes of aan uw eerder melancholische liedjes?
“In de eerste helft van mijn carrière hield ik zeker het meest van de typetjes. Aan hen heb ik tenslotte ook mijn populariteit te danken. Later is dat echter beginnen verschuiven. Ik vind het nog altijd ontzettend leuk om in de huid van zo’n personage te kruipen en lekker te keer te gaan, maar uiteindelijk hou uik toch het meest van mijn liedjes. Dat heeft natuurlijk ook te maken met mijn melancholische aard én met mijn leeftijd. De tranen zitten tegenwoordig toch wat dichter tegen de oppervlakte aan.”
Een van uw liedjes, ‘Touwtje uit de brievenbus’, heeft een heel bijzondere betekenis voor de vrouw voor wie u het schreef.
“Dat klopt. Het begon allemaal met een van mijn typetjes: Bram van de commune, een hasjrokende hippie. Op een dag ontving ik een brief van een volksvrouw uit Den Haag: Ik heb destijds hard gelachen om Bram, maar mijn zoon is ook begonnen met een jointje. Nu zit hij aan de heroïne en heeft hij zichzelf en zijn hele familie ten gronde gericht. Schrijf daar maar eens een vervolg op! Toen heb ik in de wagen voor die mevrouw de dat nummer geschreven. De boodschap was simpel: laat voor alle zekerheid toch maar een touwtje uit de brievenbus hangen, als symbool dat je kind, hoezeer het ook op de dool is, altijd welkom blijft.Twee jaar later trad ik op in het Circustheater in Scheveningen en stond ineens die mevrouw voor mijn neus, samen met haar zoon. Hier is hij, zei ze. Hij is afgekickt en weer gezond, en dat danken we aan jouw liedje. Nog een paar jaar later bracht ze me weer een bezoek. Dit keer had ze een foto van haar zoon bij met een kind op de arm. Hij was afgestudeerd als onderwijzer en net vader geworden. Die foto staat vandaag nog altijd in mijn werkkamer. Als je me vraagt wat voor zin het allemaal heeft, dan denk ik aan dat verhaal terug. Soms kan je met een liedje iemand echt een zetje geven. Hetzelfde overkwam me trouwens met Meisjes van dertig. De laatste regel van dat liedje luidt: Meisjes van dertig maak er wat van, want het leuke van dertig is, dat alles nog kan. Mijn eigen pleegdochter kwam na een voorstelling naar me toe en zei: Ik ga geneeskunde studeren. Het kan nog, want jij zingt het. Ze was op dat moment al 27 en droomde er al haar hele leven van om dokter te worden. (trots) In april studeeert ze af. Zo zie je maar.” Geert Huysman
Gepubliceerd in Story 28/09/2005
juni 23, 2007 at 5:15 pm
ik was altijd al een grote fan van paul van vliet
een pracht van een man